GESCHIEDENIS

Over het ontstaan van het dorp Ouddorp tast men in het duister. Waarschijnlijk zijn de stenen van de hervormde kerk uit 1348 afkomstig van een veel oudere kerk. Mogelijk is het dorp reeds in het jaar 900 ontstaan. Daarmee is Ouddorp ruimschoots het oudste dorp van Goeree-Overflakkee. De dorpskerk is gewijd aan Sint-Maarten. In 1418 vond een plundering en brandstichting door hertog Jan van Brabant tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten plaats en in 1490 door Jonker Frans van Brederode en Heer Jan van Naaldwijk. Rond 1594 was er in Ouddorp sprake van een ‘Nederduitsch hervormde gemeente’. Vandaag de dag telt het dorp zes kerkgenootschappen. Ouddorp had vroeger een aantal mooie buitenplaatsen en boerderijen. Veel hiervan zijn inmiddels gesloopt, onder meer De KleppersteeHeijburgDe Hofdijk en Rustburg. Een paar andere bestaan nog steeds: de Ridderstee aan de Westerweg (1786), Vissershoek aan de Westnieuwlandseweg (1675), Huis de Klarebeek aan de Klarebeekweg (1659), Zeezicht aan de Oostdijkseweg (1672) en ’t Blaeuwe Huus aan de Bosweg (1659).

Het eiland Westvoorn, waarop Ouddorp was gelegen, lag toentertijd een flink stuk op zee en had veel te lijden van de bedreigingen hiervan. In het midden van de 18e eeuw was de situatie zo bedreigend geworden, dat de Staten van Holland besloten de kosten voor de zeeweringen van enkele polders voor hun rekening te nemen. Ondanks alle kosten en moeite moesten er in het eerste kwart van de 18e eeuw nogmaals ca. 50 ha. buitengedijkt worden. Door middel van paalhoofden probeerde men de uitschurende werking van het water tegen te gaan en wat slik voor de dijk aan te laten slibben. Dit lukte absoluut niet en in 1723 besloot men zelfs een inlaag van 35 ha. ineens van de polder het Oudeland af te snijden. Zo ontstond de polder Preekhil, die echter tegen de verwachting in behouden kon blijven.

[read more=”Lees meer” less=”Terug”]

Tijdens de 19e eeuw groeide het aantal inwoners van Ouddorp van 1.800 naar 2.700. Het dorp breidde zich uit in westelijke richting als lintbebouwing langs diverse wegen. Halverwege deze eeuw werden twee molens gebouwd, die nu nog bestaan. Begin 20e eeuw kwam het toerisme op in de gemeente. Dit zette de behoudende gemeenteraad voor verschillende dilemma’s. In de jaren 30 raakte burgemeester G.J.F. Gobius du Sart in opspraak wegens het aannemen van steekpenningen. Hij werd in 1938 tot zes maanden cel veroordeeld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Ouddorp onderdeel van de Atlantikwall. In totaal werden er op Goeree-Overflakkee 42 bomvrije bunkers gebouwd, verspreid over het eiland. In september 1944 viel een vliegtuigbom op de kruising Dirkdoensweg/Dorpsweg, waarbij een groot aantal woningen werd verwoest. Er viel ‘slechts’ 1 dode. In totaal zijn in deze oorlog 29 Ouddorpers om het leven gekomen.

Tijdens de watersnood van 1 februari 1953 kwam er ook een gedeelte van Ouddorp onder water te staan doordat de dijken aan de zuidkant op enkele plaatsen doorbraken. Eén zo’n doorbraak bevond zich westelijk van de haven. Er gingen twaalf huizen verloren maar de bewoners waren op tijd gevlucht. Er verdronk één persoon in de Oudelandseweg.

Vanaf 1950 zijn voor het eerst planmatig nieuwe wijken aangelegd. Men is begonnen met bouwen in een gebied ver ten noorden van het dorp, waar nu o.a. de Bernhardweg, Julianaweg en Beatrixweg zijn gelegen. Belangrijke reden hiervoor was dat dit nog woeste grond was en er hierdoor geen landbouwgrond opgeofferd behoefde te worden. In 1968 zijn de woningen aan de Alexander- en Geleedststraat gebouwd. Sindsdien is langzaam in zuidelijke richting gebouwd.

De woonwijk Molentienden en het verzorgingshuis De Vliedberg werden in de jaren ’70 gerealiseerd. Deze plannen werden vervolgd met de uitbreidingen in Ouddorp Oost (Diependorst). Tussen de aanwezige lintbebouwing en de toen nieuwe Oosterweg werden enkele honderden woningen met de bijbehorende voorzieningen gebouwd. Begin jaren ’90 is begonnen met de woonwijk Ouddorp-Zuid. Deze wijk is voltooid in 2005. Na jaren van voorbereiding is in 2011 begonnen met de nieuwe woonwijk Welgelegen.

Een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling van de laatste jaren is het massaal wegtrekken van jeugd. De gemiddelde gezinsgrootte is groot, terwijl er het laatste decennium nauwelijks is gebouwd. Dit resulteert in een grote vraag en weinig aanbod, waardoor de huizenprijzen veel hoger liggen dan in de omliggende dorpen. Het aandeel huurwoningen is laag (minder dan 10%), zodat hiervoor een wachtlijst bestaat van honderden jongeren. Ouddorp bestaat voor het grootste deel uit lintbebouwing. Deze woningen zijn veelal gebouwd op grote kavels, die erg in trek zijn bij buitenstaanders vanwege het aantrekkelijke landschap en de nabijheid van het strand. Gevolg is dat de woningen voor de eigen bevolking niet langer betaalbaar zijn en deze gedwongen is van het dorp weg te trekken. De politiek is niet bij machte dit probleem aan te pakken. Enkele (bescheiden) uitbreidingsplannen lopen stuk op onwil bij de provincie Zuid-Holland of bezwaar van omwonenden. Eén en ander resulteert in een langzame identiteitsverandering van het dorp.[/read]

Ouddorpse land

In het Ouddorpse land waren vroeger enkele mooie buitenplaatsen.
Van de Hofdijk, waar in 1680 Zacharias Hofdijk van Beresteyn woonde, is niet veel meer over dan de plaats. In Van Dam lezen we: “Dese Plaets is soo schoon ende sierlyck beplant, dat sy veel phantasien in Holland niet behoeft te wijcken; gy gaet er van vooren in met eene schoone laen, aan wederzijden met ypeboomen.” Het landgoed was aan de ene zijde beplant met zeer hoge bomen en aan de andere stonden krieke- en notenbomen. In de kriekentijd kwamen veel wagens met volk uit Flakkee om er te picknicken en zich aan de vruchten te goed te doen en te jagen op konijnen. De woning, die nu 8 op de plaats staat, heet nog steeds de Hofdijk – den Hofdiek zegt men en de bewoners worden de Hofdiekers genoemd, hoe ze ook heten mogen.
Een tweede, niet minder mooie buitenplaats was Rustburg, “een aerts Paradys”, zoals Van Dam zegt, ‘met een heerlijk en schoon gebouw, geheel in het groen der bossen gelegen.” Het is in 1680 aangelegd door Jacob Gybland. Tot ver in deze eeuw stond er nog een oude woning, waarvan de bewoners in de volksmond de Rustburgers genoemd werden. Nu is alles verdwenen en tot bouwland gemaakt, ook de mooie tuinen en bebossing.
In de Beschrijving van het Eiland Westvoorne van Jongejan (1823) lezen we, dat de Heer Hessig, de toenmalige bezitter van Rustburg in 1818 aan koning Willem 1 drie schilderijen heeft aangeboden, afkomstig uit de bezittingen van Prins Willem V en in het land achtergelaten in 1795. Op de eerste schilderij staat de stadhouder, op de tweede zijn echtgenote Wilhelmina van Pruisen en op de derde zien we zijn drie kinderen: Willem, de latere koning Willem 1, prins Frederik en zijn dochter. In 1821 schonk de Koning aan de Heer Hessig daarvoor een kostbare gouden medalje.
Dichter bij het dorp stond de Jonkerstee, vroeger het Huis te Ouddorp geheten, volgens de ankers in de gevelsteen gebouwd in 1681. Het was een riante buitenplaats met veel bos en zelfs een meertje waarop men kon spelevaren. Vaak hebben hier hoge heren, zelfs vorstelijke personen, gelogeerd, die hier kwamen jagen. Nog tot ver in deze eeuw was het een ideaal wandeloord ’s zomersavonds en de uitverkoren plaats voor de Ouddorpse vrijende paartjes. Volgens de sage was er in het huis een moord gebeurd bij een ruzie tussen twee broers – de moordenaar had zijn bebloede hand tegen een gewitte muur gedrukt – hoe vaak men ook dit merkteken heeft overgekalkt, het kwam steeds weer te voorschijn. In 1893 is het huis gedeeltelijk door brand vernield en later afgebroken. Successievelijk is het terrein ontbost en zijn er zomerhuisjes gebouwd. Het zou uitmuntend geschikt zijn voor recreatiegebied, maar onlangs is het voor een half miljoen gulden verkocht aan een combinatie, die het waarschijnlijk zal verkavelen door de bouw van bungalows en zomerhuisjes.
In den Oostdijk ligt “Zeezigt”, dat in 1672 gebouwd is. Het stond vroeger geheel door bos omgeven. Hoge dennebomen dienden tot een baken voor de scheepvaart, nog tot in deze eeuw. Het is het eigendom van de familie Breen. Toen boer Breen op het eind der vorige eeuw uit Goedereede vertrok, verhuurde hij huis en schuur met een deel van zijn land aan zijn knecht Kommer Tanis, die er al woonde, en wiens familie er tot heden geboerd heeft. De jonge boer J. Breen, achterkleinzoon van genoemde A. Breen, die zich in Goedereede gevestigd heeft, gaat het land zelf beboeren. Wat met het nu vervallen Zeezigt gaat gebeuren, is nog onzeker – zal het in zijn oude luister gerestaureerd worden?
In de omgeving van het dorp Ouddorp staan verschillende oude boerderijen. De Goereese boeren woonde vanouds in hun dorp, maar de Ouddorpse bouwden hun boerderij bij hun land.
’t Blauwe huis aan de Bosweg is van 1659
Huis de Klarebeek aan de Klarebeekse Weg dateert van 1659
Vissershoek aan de Westnieuwelandseweg is van 1675
de Ridderstee in de Westerweg is van 1786
de Broekestee aan de Middelweg heette vroeger de Bloemstee, ze werd later bewoond door Eeuwit Broekman en kreeg daarom de naam van Broekestee – nu is ze afgebroken.
de Poepestee aan de Westerweg is een oude boerderij. Ze werd zo genoemd, nadat er tijdens de Franse bezetting Franse soldaten in gewoond hadden. Het volk hier noemde ze Poepen. Men beweert dat in die tijd een zekere Pieter Paulus in een eenzaam wegje tussen Ouddorp en de Oostdijk door de Poepen vermoord is – het heet nog altijd: het Moordenaarsweegje. De daders werden gepakt en op de zogeheten “Schiethoogte” in de Middelduinen doodgeschoten.
Ik noem verder nog: de Palmstee, de Druve (Druif), ’t Reigernest, ’t Hogerhuis, de Kraoje (de Kraai) en de Klepperstee.
Een jaar of wat geleden was er nog een heel oude stee, de Heiburgh. Op een steen in de muur las men het volgende Italiaanse opschrift.

Heiburg fu fatal Ao 1566.
“Beato chi per vana Speranza immoderata
Del moderate Ben (non) perde il frutto.”
rifatta l’anno 1664

Vertaling: Voor Heiburg was het jaar 1566 noodlottig. Gelukkig hij, die (ofschoon) door ijdele onmatige hoop (verleid), Toch de vruchten van een matig bezit niet verliest. Hersteld in het jaar 1664.
Uit de woorden is op te maken, dat het fraaie landhuis van 1566 een eeuw later bescheidener herbouwd is.
Enkele jaren geleden is de boerderij door brand vernield: de boer, die een paard probeerde te redden, kwam daarbij in de vlammen om. Op het herbouwde huis is de oude Italiaanse spreuk weer aangebracht.

Spulletjes

Er staan in het Ouddorpse land nog heel wat zogenaamde spulletjes – eenvoudige boerenwoningen met een schuur; het zijn kleine bedrijfjes, waarin man, vrouw en kinderen meewerken. De oude huisjes met de kleine raampjes en soms fraai betegelde wanden zijn vervangen door nieuwbouw. Veel Ouddorpse spulletjes hebben nog wel van die tegels, maar de meeste zijn voor een appel en een ei opgekocht door antiquairs. Het waren feitelijk krotwoningen, maar ze lagen schilderachtig in het bosrijke landschap. Vroeger stonden hier ook nog zogenaamde plaggenhutten, opgebouwd uit op elkaar getaste doorwortelde zoden, soms met leemaarde aangestreken. Ongeveer vijftig jaar geleden is de laatste, waarvan nog foto’s aanwezig zijn, afgebrand.
Bij de ingang van het dorp stonden vroeger de zogenaamde Armenhuisjes van de Diakonie; de Helhoek noemde het volk die plaats. Ze zijn inmiddels afgebroken.
Hotels zijn er niet veel. Het oudste en meest bekende is Hotel Akershoek, waar vroeger de handelsreizigers logeerden. Lange tijd werd daar donderdags de Beurs gehouden – dan kwamen de boeren er samen met wat ze te koop hadden en de zakenlui – dan was het een loven en bieden voor de aardappelen, uien, granen, erwten, enz.; daar kwamen ook mensen met vee varkens en kippen – daar was een soort markt voor het hotel met landbouwgereedschappen, groente- en bloemzaden, fietsen, motoren, en ook oude rommel. Een man met potloden, ballpoints, portefeuilles, geldkistjes, scheermesjes trachtte er zaken te doen. De notaris was er met een klerk aanwezig voor in- en verhuringen, het innen van pachten, sluiting en aflossing van hypotheken.
Het hotel-restaurant “Duinzicht” van Kloppers, waar vroeger de Ouddorpse en Goereese, zelfs de Flakkeese jongeren, ’s zaterdagsavonds kwamen dansen was geheel omgeschakeld tot pension, er was zelfs een golfbaan. De dansers konden toen terecht in de Gouden Leeuw in Goedereede. Er zijn ’s zomers een drietal restaurants aan het Ouddorpse strand, die in de wintermaanden moeten verdwijnen; een vierde is geplaatst aan de Punt.

Er staan nu in de hele omgeving van Ouddorp al tal van fraaie bungalows voor permanente bewoning. Eén van de eersten die hier in 1914 een terrein kocht en er een mooi huis liet bouwen, met een ruim uitzicht op het land en de zee, was de azijnhandelaar Van Olst uit Dordrecht. De laatste eigenaar was de heer Baert de la Faille, die het Toppershoedje noemde, omdat het hem deed denken aan een klein eilandje in Straat Soenda tussen Java en Sumatra. Zijn erfgenamen boden het met de Broekestee na zijn overlijden in 1957 te koop aan. Het bedrag dat hiervoor nodig was, vijftig duizend gulden, werd geschonken door de Staten van Friesland, uit naam van de Friese familie Baert de la Faille. Als voorwaarde was gesteld, dat de aankoop zou geschieden door een overheidsinstantie, die het weer kon overdragen aan een stichting. Toppershoedje met het erbij behorende terrein van bijna zeven hectare zou uitsluitend gebruikt mogen worden als recreatie en vormingscentrum voor de jeugd, ten behoeve van de erbij betrokken Verenigingen. De gemeente Ouddorp kreeg de voorkeur voor de adoptie en B. & W. brachten op 18 april 1957 het voorstel daartoe in de Gemeenteraad. Ondanks het vurig pleidooi van Burgemeester Kleyenenberg, die betoogde dat het de gemeente geen cent zou kosten, dat de stichting er via de Flakkeese gemeenschap zou komen met medewerking van alle gemeenten van het eiland en zeker ook wel van de Kerken, dat men zo’n prachtig aanbod met beide handen moest aangrijpen, verwierp de raad het voorstel. Enkele raadsleden wilden de terreinen liever verhuren voor de landbouw, andere vreesden er weer ontheiliging van de zondag van. De bezittingen zijn daarop geadopteerd door de gemeente Goedereede. In de dertiende eeuw is in de polder het Oudeland door de Heer van Voorn het kasteel Spreeuwenstein gebouwd. Het lag op een hoogte, waarschijnlijk een oude vluchtheuvel, een terp. Bij de afgraving ervan vond men een aantal rode stenen, die bij huizenbouw gebruikt werden. Later kreeg de plaats de naam de Blauwe Steen, omdat op een blauwe steen tot 1791 de ban werd gehouden over burgerlijke en polderzaken. Hier werd nog op oud-Germaanse wijze recht gesproken in de open lucht. Het kasteel werd gesloopt en daarbij kwamen grote kamers en onderaardse gangen voor de dag.

Vuurtoren Westhoofd

Ver weg, in het uiterste westen, zwaait de Vuurtoren telkens zijn drie stralenbundels over zee en land. Hij is gebouwd in 1947-1948: “de eerste steen werd gelegd op 8 september 1947 door G.J.P. Tissot van Patot, oud 7 jaar”. Hij is 52 meter hoog en heeft 243 treden. Het is het sterkste licht in Nederland (5.200.000 kaarsen). Eén lamp heeft 600 branduren en daarvan zijn er vijf per jaar nodig. De toren is voorzien van radar en kan dus dadelijk berichten doorgeven als er een schip in nood is. Bezoek kan niet meer worden toegestaan. ’s Nachts branden er kleine lampjes aan de toren om te verhinderen dat de vogels zich er tegen te pletter vliegen.

Zijn voorganger, die in 1911 gebouwd was, is op 4 mei 1945, een dag voor de bevrijding, door de Duitsers volkomen vernield. Ze hebben beweerd dat tijdens een onweer de bliksem in de springstof geslagen is, maar dat is een pertinente leugen – een paar uur na de zware ontploffing heeft het wel even geonweerd, maar toen was de vernieling al geschied. We brengen ook nog even in herinnering, dat de Duitsers ook veel schade toegebracht hebben aan de zeewering. Met man en macht heeft de Waterstaat gewerkt om de daardoor ontstane gevaarlijke situatie zo spoedig mogelijk te herstellen. Toch heeft het er tijdens de storm van 1 februari 1953 nog angstwekkend voorgestaan. Men heeft nu een zwaar dijklichaam van zand gelegd en probeert met alle mogelijke middelen de zwakke duinenrij te versterken. Elk jaar slaat er een stuk duin van vijf à zes meter weg; vanaf 1913 is al een strook van 260 meter breedte in zee verdwenen.

Wapen van Ouddorp

Het wapen van de gemeente Ouddorp is samengesteld uit de wapens van de vier grote polders:

  • Het Oudeland van Diependorst:
    een zilveren schild met een poort van keel (rood), waarin een ruiter van lazuur (blauw) op een paard van sabel (zwart) te voorschijn komt;
  • Het Oude Nieuwland:
    een lazuren schild, waarop twee gouden kruiswijs geplaatste voetbogen, in het midden door een lint samengebonden;
  • Het West Nieuwland:
    een gouden schild, een papegaai van sinopel (groen) zit op een afgebroken stronk;
  • De Oude Oostdijk:
    een zilveren schild, waarop een burcht van keel met een terras van sinopel ervoor.